Douglas hout vergrijzen kost geen levensduur, alleen een besluit in het eerste jaar
Douglas hout vergrijzen begint zonder dat je het ziet, en ongeveer een jaar na het plaatsen is het klaar. Het scherm dat warm roodbruin in de tuin kwam, staat er dan zilvergrijs bij, egaler en stiller dan op de dag dat wij het plaatsten. Dan bellen mensen ons met de vraag of er iets mis is met het hout.
Er is niets mis. Het hout doet wat elk onbehandeld hout buiten doet, alleen aan de buitenkant, en het stopt vanzelf. De enige vraag is of je die grijze kleur wilt, en die beantwoord je het makkelijkst voordat het hout hem voor je beantwoordt.
Wat er met de kleur van douglas gebeurt
De rossige kleur van vers douglas zit in de lignine, de stof die de houtvezels aan elkaar lijmt. Van alles waar hout uit bestaat, is lignine het deel dat zonlicht opneemt, en daar gaat het aan kapot: aan het oppervlak valt het uiteen in losse stukjes. Regen spoelt die stukjes weg. Zon en regen doen het dus samen, de een maakt de kleur los en de ander neemt hem mee.
Wat overblijft is een dun laagje cellulose, en dat is van zichzelf bijna wit. Het zilvergrijs dat je op een schutting ziet, komt van kleine schimmels die op dat kale oppervlak leven en zich voeden met de losgeraakte houtresten. Ze kleuren het hout zonder ervan te eten. Op een winderige, droge plek blijft de tint licht en zilverig; in een stad met veel fijnstof wordt hij donkerder.
Douglas gaat daar niet in één keer naartoe. De eerste weken wordt het hout eerder dof en wat bruiner, doordat de afgebroken lignine nog op het oppervlak ligt. Pas als de regen dat wegspoelt, komt het grijs tevoorschijn. Wie in die tussenfase kijkt, ziet een vlekkerig scherm en denkt dat het misgaat, terwijl het precies doet wat het hoort te doen.
Hoe snel douglas hout grijs wordt
Aan het oppervlak begint het binnen een paar dagen, ver voordat je het ziet. Zichtbaar grijs wordt het scherm ergens in het eerste jaar buiten, afhankelijk van hoeveel zon en regen het krijgt, en daarna verandert er weinig meer. Wat je na een jaar ziet, is hoe het blijft.
De ligging bepaalt het tempo. Een scherm op het zuiden of zuidwesten vangt de meeste zon en regen en loopt voorop. Een noordkant doet er langer over en blijft in de tussentijd vochtiger, waardoor daar eerder iets groens verschijnt dan iets grijs. Planken onder een dakrand of een overstek krijgen wel zon maar geen regen: de losgemaakte kleur spoelt er niet weg, en die stroken blijven bruiner en vlekkeriger dan de rest.
Ook binnen één scherm loopt het uiteen. De kopse kanten van de planken zuigen het meeste water op en worden het eerst grijs; noesten en harsplekken houden hun kleur het langst. In het eerste jaar is een douglas schutting daardoor zelden egaal, en dat trekt vanzelf bij. Het egale zilvergrijs is de eindstand, het vlekkerige is de tussenstand.
Of vergrijsd douglas slechter hout is
Nee, en dat is het deel dat de meeste mensen niet weten. Alles wat er met de kleur gebeurt, speelt zich af in een fractie van een millimeter aan de buitenkant. Daaronder is het hout even sterk, even dicht en even bestand tegen rot als op de dag van plaatsen. Kras met een nagel over een grijze plank en het roodbruin zit er meteen weer onder.
Slijtage door het weer is bij douglas een kwestie van eeuwen. De buitenkant van een plank die vol op het zuiden staat, verweert ongeveer zes millimeter per eeuw. Er komen op den duur wel haarscheurtjes in het oppervlak, waar het hout bij nat en droog werkt. Die zie je, maar de plank merkt er niets van.
De voorwaarde is dat de constructie droogt. Douglas is van nature bestand tegen rot zolang het kan drogen: boven de grond, met lucht erlangs, gaat het jaren mee zonder dat er iets overheen hoeft; in de grond of blijvend nat niet. Een grijze plank die na een bui binnen een dag droog is, heeft dus niets nodig. Een grijze plank die weken vochtig blijft, heeft een probleem, en dat probleem komt van het vocht; de kleur staat erbuiten. Daarom staan onze schermen op betonpalen met een betonplaat eronder, vrij van de grond.
Laten gaan, vasthouden of terughalen
Laten gaan is de goedkoopste keuze en voor veel tuinen de mooiste. Zilvergrijs douglas staat rustig naast groen, naast zwart staal en naast een strakke gevel, en het vraagt niets: geen kwast en geen ritme. Wat je wel af en toe doet, is vuil en aanslag wegborstelen, want dat is geen vergrijzing en het blijft ook op grijs hout zitten.
Vasthouden betekent pigment. Alleen kleurdeeltjes houden het zonlicht van het hout af; een kleurloze olie of een blanke lak laat het licht door, en dan vergrijst het hout eronder gewoon, soms met een bladderende laag erbovenop. Welk middel daarbij past, en waarom een kleurloos product je niet helpt, staat in ons stuk over impregneren, beitsen of verven.
Het moment weegt zwaarder dan het middel. Hout dat al een paar weken buiten staat, neemt een laag slechter op dan vers hout, en hout dat al grijs is neemt hem ongelijk op. Wie de warme kleur wil houden, begint dus in het eerste jaar en houdt daarna een ritme aan dat de ligging bepaalt: op het zuidwesten ongeveer om de twee jaar, op het noorden een stuk langer. Hoe zo’n beurt gaat, van reinigen tot de laatste plank, staat bij een schutting beitsen.
Terughalen kan, en dat is het antwoord op de vraag of vergrijsd douglas weer mooi wordt. Een ontgrijzer op basis van oxaalzuur maakt de grijze laag los: het hout licht bevochtigen, de gel opbrengen, een kwartier tot een uur laten inwerken, met een harde borstel en veel water afschrobben en grondig naspoelen. Dek de planten en het metaal in de buurt af, want het is een zuur. Laat het hout daarna een dag of twee drogen, schuur het licht en breng meteen olie of beits met pigment aan, want kaal hout begint dezelfde week opnieuw.
Wat het kost, is houtdikte en een tussenkleur. Elke keer dat je ontgrijst, schuurt of met een hogedrukreiniger over de planken gaat, haal je een laagje hout weg; de hogedrukspuit rukt bovendien de zachte ringen uit het hout en laat een geribbeld oppervlak achter. De kleur die terugkomt is warm, maar zelden precies het roodbruin van de eerste dag. Terughalen is daarmee een route voor wie na een jaar spijt heeft, geen plan om elk jaar te herhalen.
Douglas behandelen of niet
Voor de levensduur hoeft het niet. Douglas brengt zijn weerstand tegen rot zelf mee; wat jij erop zet, gaat over kleur en over hoe vaak je terug wilt. Behandelen is daarmee een keuze voor een aanzicht, en die keuze moet je daarna bijhouden. Dat geldt voor grenen precies zo, en twijfel je nog tussen douglas of grenen, dan is de kleur na een jaar bij allebei grijs.
De keuze valt zo. Vind je zilvergrijs mooi, doe dan niets en zit het vlekkerige eerste jaar uit. Wil je het roodbruin houden, begin dan in het eerste jaar met pigment en neem het ritme dat erbij hoort voor lief. Twijfel je, laat het scherm dan een jaar grijs worden en kijk dan pas; terughalen kan altijd nog, tegen een dag werk en een beetje hout.
Er is nog een derde smaak, voor wie het grijs wel wil maar het vlekkerige eerste jaar niet. Een grijze beits of een zogeheten verzadiger geeft het hele scherm meteen de eindkleur en laat de natuurlijke vergrijzing er ongemerkt in overlopen. Bleekwater en andere bijtende middelen doen iets vergelijkbaars, maar belasten de tuin meer en houden korter.
Eén besluit in het eerste jaar, daarna weinig meer
Douglas hout vergrijzen kost je geen jaren van je schutting; het kost je één besluit in het eerste jaar, grijs laten worden of warm houden. Allebei zijn goede uitkomsten, en allebei zijn ze het makkelijkst als jij ze neemt voordat het hout het doet. Staat er al een scherm dat grijs wordt, kijk dan eerst of het droog staat, want dan is er niets aan de hand. Sta je nog vóór het plaatsen, vraag dan bij het inmeten hoe jouw douglas schutting er over een jaar uitziet; dan hoor je meteen wat er wel en niet bij hoort.
Grijs laten worden of warm houden?
Gratis inmeten, met advies over de kleur na een jaar.